Taal keuze/choice of language/Sprachwahl

Ten Have Impresariaat

Opera- en concert Agentuur
Opera and concert agency
Opern und Konzertagentur

Marieke Koster - mezzo-soprano

De mezzosopraan Marieke Koster studeerde in 1998 als Uitvoerend Musicus zang en opera af aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij Lucia Meeuwsen. Daarnaast ontving zij tijdens haar examenjaar een beurs om in Glasgow bij de Schotse sopraan Patricia McMahon te studeren. Zij werkte met Carolyn Watkinson, Rudolf Jansen, Kevin Smith and Aafje Heynis.In 1997 won zij de eerste prijzen op het A. F. Housheer Concours voor lied en opera, en op het concours tijdens de Vlaamse Orgeldagen als duo met Reitze Smits. In 2001 was zij laureaat op de Erna Spoorenberg Vocalisten Presentatie. 

Zij vertolkte vele barokrollen, waaronder: Semiramis (titelrol in de opera van C. Destouche), Ottone - "L’incoronazione di Poppea" (Monteverdi), Iphigenie - "Iphigenie en Tauride" (Gluck) en Helena - "The Fairy Queen" (Purcell, in een regie van David Prins). Daarnaast gaf zij recitals met werken van Falconieri (met Ensemble La Primavera), Luzzaschi, Pasqualini, Purcell en Kapsberger. Zij zong ook rollen in Menotti's "The Medium" (Mrs. Nolan, met Domestica Rotterdam, geregisseerd door David Prins),  Puccini’s "Suor Angelica" (La Conversa, i.s.m. het Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. Riccardo Chailly), Victor Ullmanns "Der Kaiser von Atlantis" (Der Trommler), Dvoráks "Rusalka" (Nimf) en Janáceks "Diary of One Who Vanished". 

Door haar ervaring met moderne muziek wordt ze vaak geëngageerd voor 20ste eeuws muziektheater, zoals Kurt Weills "Davy Crockett" (Sarah)  en  "Der Jasager" (die Mutter), Boudewijn Tarenskeens "Orestes" (Klytamnestra, met Toneelgroep Amsterdam, regie Titus Muizelaar), Jaques Demiere’s "Je deviendrai Medee" (solo-opera in een regie van Adelheid Roosen), Rafael Reina’s "Wölfli" (Gea, i.s.m. The Interval Chamber o.l.v. Gose Vincente, regie: Petra Weimer), Judith Weirs "A Night at the Chinese Opera" (Generaal Han Chueh) en de rol van Isadora Duncan in Dominic Muldowney's "The Voluptuous Tango". 

Zij zong verschillende Nederlandse premières en veel 20ste eeuwse muziek: Schönberg - "Das Buch der hangenden Garten" (met Huub Kerstens), Holliger -  "Die Jahreszeiten", Kyburz - "The Voynich Cipher Manuscript" (i.s.m. het Ensemble Contre Champs), Kamran Ince - "Love Under Siege" (Holland Festival 2000), Andriessen - "Mattheus Passie" (openingsconcert van het Holland festival 1998), Romitelli - "Mediterraneo". Arnoud Noordegraaf schreef voor haar zijn solo-opera "Voyager" en in 2005 nam ze voor het Franse label ZigZag Territoires i.s.m. het Quartor Manfred Schönbergs 2e strijkkwartet op.
In 2006 was zij veelvuldig te horen als vertolkster van werken van Luciano Berio. Met het Asko ensemble zong zij in het Concertgebouw te Amsterdam "Laborintus II" (o.l.v. Emilio Pomarico), "Chamber Music" en "El mar la mar". Daarop volgden nog de "Folksongs" (Nesko o.l.v. Bas Wiegers) en "Sequenza". 

Als oratoriumzangeres zong Marieke Koster o.a. cantates van Bach, Mendelssohn en Telemann, Bach's "Johannespassion", het "Magnificat" en "Gloria" van Schütz, Rossini's "Petite Messe Solennelle", Mozarts "Requiem" en "Krönungsmesse", "Les Beatitudes" van Franck en de "Bijbelse liederen" van Dvorák.

Website Marieke Koster