Aleksandra Okrasa - soprano
De in Polen geboren lyrische coloratuursopraan Aleksandra Okrasa begon in 1998 haar zangopleiding aan de Bacewicz Muziekacademie in Lódz als leerlinge van prof. Delfina Ambroziak en behaalde haar solistendiploma in 2004. Ze volgde masterclasses bij de beroemde sopranen Renata Scotto en Katia Ricciarelli en was 1e prijswinnaar in het Festival voor het Franse Lied in Lubin.
Tijdens haar studie zong ze Carolina in "Il matrimonio segreto" (Cimarosa) en in professionele gezelschappen, zoals het Mecklenburgisches Staatstheater, kleine partijen in "Nabucco" (Verdi) en "Turandot" (Puccini).
Haar debuut maakte Aleksandra Okrasa in 2003 in het Teatr Wielki in Poznan als Norina in Donizetti's "Don Pasquale", waarna voorstellingen volgden in o.m. Heilbronn, Frankfurt am Oder en Kalisz. (De pers schreef over haar: "Met haar rechtstreekse, moeiteloos heldere, stralende coloratuursopraan en ongedwongen spel, was Aleksandra Okrasa de ideale bezetting voor Norina…".) Vervolgens maakte ze met deze glansrol een tournee door Polen in samenwerking met de Kameropera Warschau en trad ze op op het Moniuszko Festival in Kudowa-Zdrój.
Haar repertoire omvat verder o.a. de volgende rollen: Zerlina - “Don Giovanni” (Mozart), Blondchen - “Die Entführung aus dem Serail” (Mozart), Manon uit de gelijknamige opera van Massenet, Musetta - “La Bohème” (Puccini) en Adele - “Die Fledermaus” (J. Strauss). Oratorium: de sopraanpartijen in “The Messiah” en “Samson” (Händel), “Paulus” (Mendelssohn) en “Die Schöpfung” (Haydn).


